FOX-besturingssysteem
Stakeholdersmodel


Hoofdstukken FOX-model:


0. Samenvatting


1. Inleiding


2. Wat is er mis met het aandeelhoudersmodel


3. Gelijkwaardigheidsmodel


4. Economische gevolgen van Gelijkwaardigheidsmodel


5. Sociale gevolgen Gelijkwaardigheidsmodel


6. Gelijkwaardigheidsmodel per branche


7. Non-profitsectoren


8. ESG-beheersing


Verwijzingen:


Faq

Wat is er mis met het aandeelhoudersmodel

  • Kapitaal beter beloond dan arbeid

    De inkomensverschillen zijn de afgelopen decennia steeds groter geworden. Voor Nederland zijn vooral de vermogensverschillen groot. Kapitaal wordt beter beloond dan arbeid.
    Voor een groot deel is dat historisch bepaald. Immers, kapitaal was beperkt beschikbaar en arbeid was in grote mate aanwezig. Scholing was nog beperkt. Het kapitaal werd omgezet in aandelen, waarbij de bezitter van die aandelen eisen kon stellen aan de bedrijfsvoering. Later werden onafhankelijke bedrijfsvoerders aangesteld die de taken moesten uitvoeren conform de opdracht van die aandeelhouders. Daarmee geeft kapitaal macht. En arbeid wordt daarmee soms uitgebuit.

  • Arbeid wordt gezien als bedrijfskosten

    De onderneming is primair gericht op het genereren van rendement. De macht ligt bij het kapitaal. Arbeid wordt gezien als bedrijfskosten, die zo laag mogelijk worden moeten worden gehouden. Dat is een faliekante misvatting. Aandeelhouders zijn nauwelijks betrokken bij de onderneming, terwijl alle kennis en ervaring is gebundeld bij alle werknemers. Bij de werknemers geldt: ‘Kennis is macht’. Arbeid is schaars geworden, terwijl er voldoende kapitaal beschikbaar is. De machtsbasis is verschoven van kapitaal naar arbeid. De wereld is veranderd.

    Het opleidingsniveau is hoger dan ooit eerder in de historie. Dat geldt voor lager, middelbaar en hoger onderwijs, voor praktisch en theoretisch opgeleiden. We zijn gevorderd met zeggenschap voor vertegenwoordigers van werknemers via de Wet op de Ondernemingsraden. Deze vertegenwoordigers hebben recht op inspraak in het organisatiebeleid via ondernemingsraden of medezeggenschapsraden. Die inspraak wordt niet tot uitdrukking gebracht in formeel stemrecht zoals de aandeelhouders die hebben. Werknemers zouden recht op stemrecht moeten krijgen. Werknemers zijn geen kosten meer, maar behoren tot de onderneming.

  • Aandeelhouders zijn geen eigenaar

    Een systeemfout is het denkbeeld dat aandeelhouders eigenaar zijn van een onderneming. De rol van eigenaar heeft pas betekenis als er zeggenschap is over iets. Dat is van toepassing op een huis, een auto of een computer. Voor een zaak is dat niet het geval. Zodra een aandeel is aangeschaft, verdwijnt de zeggenschap. Er is alleen stemrecht, samen vele andere aandeelhouders. We spreken dan nog slechts over ‘rechthebbende’ op de onderneming. Dat eigendomsrecht is de reden dat kapitaal beter wordt beloond dan arbeid en ook de invloed van arbeid te laag is.
    Maar welk recht heeft een (rechts)persoon met geld om meer invloed te hebben op een onderneming dan mensen met brede kennis en -ervaring? De meeste aandeelhouders kennen de onderneming nauwelijks, terwijl bij de werknemers alle bedrijfskennis is gebundeld.
    Werknemers hebben vaak jarenlang gestudeerd en honderden uren stages gelopen en opdrachten uitgevoerd alvorens toe te treden tot de onderneming. Ook werknemers hebben hiermee diep geïnvesteerd in de onderneming, net als aandeelhouders. Kapitaal en arbeid zouden gelijk moeten worden behandeld.

  • Gezagsverhouding kapitaal en arbeid is scheef

    De machtsverhouding tussen kapitaal en arbeid wordt bepaald door eerstgenoemde. Een deel van de werknemers valt onder CAO-afspraken. Een ander deel van de werknemers heeft een individueel resultaatafhankelijk salaris. Maar voor beide groepen is het gebruikelijk dat lonen niet zullen dalen, behoudens bijzondere omstandigheden.
    Het is een vreemd gebruik, dat werknemers weinig ervaren van verminderde bedrijfsresultaten. Dat komt door die machtsverhouding: arbeid wordt niet verantwoordelijk gesteld, maar is slechts uitvoerder. Bij meer verantwoordelijkheid van werknemers hoort ook meer risico.

  • Rol vakbonden niet altijd effectief

    De enige vorm van tegenmacht voor arbeid is de vakbond. Per sector wordt onderhandeld met werkgeversorganisaties over de arbeidsvoorwaarden en beloningsstructuur. Maar vakbonden hebben in veel sectoren nauwelijks een mandaat om alle werknemers te vertegenwoordigen. Het lidmaatschap van vakbonden is gemiddeld ca. 14% en in veel sectoren veel lager. Ook is het nogal vreemd om CAO-lonen vast te stellen voor alle bedrijven in een sector, terwijl de bedrijfsresultaten binnen de sector sterk van elkaar kunnen verschillen.
    Vakbonden zouden ondersteuning kunnen bieden aan de ondernemingsraad bij grote bedrijven om ontbrekende kennis en ervaring te kunnen inbrengen, waardoor die ondernemingen zelf hun beloningsstructuur kunnen vaststellen.

  • Te kleine buffers

    Veel ondernemingen lopen te groot bedrijfsrisico door een te laag eigen vermogen. In tijden van crises, zoals de bankencrisis en de coronapandemie, moeten bedrijven een beroep op financiële steun die door de belastingbetalers (waaronder werknemers) moeten worden opgebracht. In tijden van voorspoed gaan de grote winsten naar aandeelhouders zonder dat werknemers daar veel invloed (zoals stemrecht) op kunnen uitoefenen.
    De lage buffers geldt ook voor sommige burgers en veel Europese overheden.

  • Inkomstenbelasting hoger dan vermogensbelasting

    Economen (1) bepleiten al geruime tijd om kapitaal fiscaal hoger te belasten ten gunste van lasten op arbeid om de ongelijke positie van arbeid te herstellen. Onmiddellijk doemt dan de vraag op waarom kapitaal zoveel wordt bevoordeeld ten opzichte van arbeid dat via belastingen de zaak moet worden gecorrigeerd. De enige plek waar kapitaal en arbeid elkaar tegen komen zijn de organisaties en meer specifiek bij de ondernemingen. Steeds meer huishoudens worden ondersteund door toeslagen omdat het inkomen niet meer toereikend is om een gezin te onderhouden. Het toeslagensysteem is een onevenwichtige voorziening geworden voor de belastingen (rondpompen van belastinggeld). De beloning moet omhoog en de belasting omlaag. Kennelijk heeft niemand nagedacht om een juiste balans te zoeken tussen de inleg van kapitaal en de inzet van medewerkers. Daardoor kan naar betere verhouding worden gezocht tussen inkomstenbelasting en vermogensbelasting. Zelfs de vraag blijft staan: waarom is inkomstenbelasting niet gelijk aan vermogensbelasting?

  • Intrinsieke motivatie medewerkers

  • Medewerkers die zeggenschap in de onderneming hebben zullen een gevoel hebben voor de eigen onderneming te werken. Een goede inzet wordt beter beloond. Dat bevordert de intrinsieke motivatie van medewerkers en zal leiden tot grotere prestaties. Wanneer er personeelsschaarste is dan is productiviteitsverhoging het antwoord. Dat kan alleen met hoog gemotiveerd personeel. Medewerkers hebben meer aandacht voor de leefomgeving dan aandeelhouders, omdat ze dagelijks betrokken zijn in het werkveld. 

  • Milieu- en maatschappelijke maatregelen vereisen meer draagvlak

    Klimaatverandering bedreigt de wereld. Steeds meer rampen storten zich over de continenten. Het aantal slachtoffers neemt alsmaar toe. En de mens zelf is verantwoordelijk voor deze verandering door blijvende uitstoot van broeikasgassen. De vraag is hoe dit tij is te keren.

    Van ieder mens mag worden verwacht naar vermogen bij te dragen aan verbetering van de wereld. Dat geldt voor bestuurders en medewerkers, voor overheden en ondernemingen, voor ideële organisaties en burgers. Zorg voor het milieu is een taak voor ons allen naar draagkracht.
    De onderneming werkt in opdracht van de aandeelhouders. Primair willen aandeelhouders rendement. Aandeelhouders kennen de onderneming nauwelijks. Werknemers zijn dagelijks betrokken bij alle werkzaamheden en kunnen verantwoordelijkheid dragen voor uitvoering van de taken bij productie en dienstverlening op sociaal aanvaarbare uitvoering en onderworpen aan milieumaatregelen conform ESG-richtlijnen. Maar werkgevers zien milieu- en sociale maatregelen nog teveel als externaliteiten waarvoor de overheid maar randvoorwaarden moet scheppen.
    Zo lang werknemers worden gezien als uitvoerders van taken die door de leiding van de onderneming wordt uitgezet en er geen stemrecht is, dan kunnen werknemers onvoldoende verantwoordelijk worden gesteld voor kritische benadering van uit te voeren taken.


Terug naar Openingspagina