FOX-besturingssysteem
Stakeholdersmodel


Hoofdstukken FOX-model:


0. Samenvatting


1. Inleiding


2. Wat is er mis met het aandeelhoudersmodel


3. Gelijkwaardigheidsmodel


4. Economische gevolgen van Gelijkwaardigheidsmodel


5. Sociale gevolgen Gelijkwaardigheidsmodel


6. Gelijkwaardigheidsmodel per branche


7. Non-profitsectoren


8. ESG-beheersing


Verwijzingen:


Beschrijving

5. Sociale gevolgen Gelijkwaardigheidsmodel

Machtsverdeling

Het westerse bedrijfsleven wordt bepaald door een machtsconcentratie door aandeelhouders. Zeker institutionele beleggers hebben grote invloed welke leidinggevenden de organisatie besturen. Natuurlijk is er inspraak door ondernemingsraden bij de aanstelling van directies en bestuurders, maar van enig stemrecht is er in veel landen (zoals Nederland) geen sprake. Directies en besturen van ondernemingen zijn vooral gericht op goede beloningen voor hun eigenaren en ook voor hun eigen salaris en bonussen. Dit alles heeft ertoe geleid dat er bovenlaag is ontstaan van bovenmatig verdienende burgers. De machtsbasis van veel CEO’s en directies is vaak vrij groot. Besluiten worden doorgaans zonder veel tegenspraak doorgevoerd. Veel directies en CEO’s, vaak sterke persoonlijkheden, acteren autocratisch. Zij zijn immers gebonden aan hun taakopdracht die vaak sterk rendement gedreven is. Andere doelstellingen als klimaatbeleid, sociaal- en beloningsbeleid hebben lagere prioriteit. Kapitaal is veel machtiger dan arbeid en de natuurlijke omgeving.

Nederland is een kenniseconomie met een grote dienstensector. Een bedrijfsleven in een structuur met een sterke leider is niet de structuur die meer past bij het gewenste coördinerend leiderschap voor de kenniseconomie, waarin persoonlijke kwaliteiten van medewerkers tot hun recht moeten komen.

Zaakvoerders en werkvoerders worden betaald door de onderneming en hebben regelmatig werkoverleg in de ondernemingsraad nieuwe stijl met de leiding van de onderneming. De leiding zal het beleid in vertrouwelijkheid veel meer toelichten naar de ondernemingsraad. Omgekeerd zal er in die sfeer van gezamenlijkheid ook nieuwe ideeën worden aangedragen en problemen en knelpunten worden aangekaart.

Het ondernemersbestuur heeft maatschappelijke taken en daarmee een zorgplicht voor alle andere externe stakeholders. Maar het bestaansrecht van de onderneming bestaat eruit om zo goed mogelijke afspraken te maken met elk van de stakeholders. Met veel externe stakeholders is dit verwoord in contracten en prijsafspraken. Zeker zo belangrijk zijn de informele contacten tussen de onderneming en haar externe stakeholders. Dat heet maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar externe stakeholders hebben geen stemrecht in de stakeholdersvergadering in het gelijkwaardigheidsmodel. Wel kunnen partners kiezen voor uitwisseling van aandelen bij strategische samenwerking, waarmee stemrecht wordt ingekocht.

Werknemers en verantwoordelijkheid

Werknemers zullen zich bewust zijn dat zij zelf met hun arbeid jaarlijks vermogen opbouwen en met salaris worden beloond. Er zal een enorme motivatie van uitgaan gezamenlijk te werken voor een eigen bedrijf dat steeds beter wordt. Hoog gemotiveerd personeel is de motor waarop de onderneming groeit.

Burgers en dus ook werknemers zullen meer rekening moeten houden met de risico’s van het bestaan: risico van overstromingen en langdurige droogte, funderingsproblemen, stormschade, maatschappelijk problemen, uitval van netwerken (telefonie en internet), faillissementen, epidemieën en oorlogsdreiging. Burgers kunnen niet meer leunen op de staat die alles wel oplost. Sinds de jaren 70 verwachten de burgers teveel van de overheid. De gasvoorraden zijn op, waardoor er minder financiële ruimte is. Dat is een gewenningsproces voor alle inwoners. Houdt rekening met toekomstige calamiteiten en bereid je voor met bepaalde voorzieningen. Neem verantwoordelijkheid voor je eigen leven en tref voorzieningen voor mogelijke risico’s.

Het is de vraag of bepaalde zekerheden niet te ver zijn doorgeschoten. Ontslagbescherming is mooi, maar ondernemingen moeten wel behoorlijk kunnen blijven functioneren. De concurrentie met andere landen, ook de Verenigde Staten, moeten we blijvend aankunnen. Een ontslagperiode van 2 jaar met een hoge transitievergoeding is wel een erg lange periode en erg kostbaar. De ondernemingsraad kan een bemiddelende rol spelen bij het functioneren van werknemers. Overheid en ondernemingen kunnen veel meer doen aan transities van personeel tussen organisaties (de overheid kan effectieve banen creëren voor langdurig werklozen en bemiddelen tussen bedrijven). Recht op werk is meer een mensenrecht. Iedereen die kan, moet meedraaien in de maatschappij (9). Dan kan een ontslagperiode misschien wel naar een jaar met een beperkte transitievergoeding. Het brengt meer dynamiek terug in de maatschappij met een actieve rol voor werknemers, die invloed hebben op de eigen werkzaamheden.

Verantwoordelijk betekent ook het kenbaar maken van onwenselijk en ongewenst gedrag. Mocht dit niet gemakkelijk kenbaar te maken zijn via de lijn organisatie dan kan het altijd nog anoniem via de eigen ondernemingsraad. De ondernemingsraad zal elke klacht bespreken met de leiding, waarover het besluit in notulen wordt vastgelegd. Indien de klacht maatschappelijke impact heeft dan bestaat altijd de mogelijkheid dat de rechter zich hierover kan uitspreken. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de klacht te maken heeft met belastingontduiking, belastingfraude of over seksueel overschrijdend gedrag. Van werknemers wordt ethisch gedrag verwacht, evenals van leidinggevenden.

Bestaanszekerheid

Het algemene beeld in de economische literatuur is dat de beloningsverschillen tussen kapitaal en arbeid moeten worden opgelost door verlaging van de kosten op arbeid en verhoging van de kosten van vermogen (kapitaal). Voor het bedrijfsleven is dat wel een erg gemakkelijke koers, want de overheid moet het maar oplossen, maar ondernemingen kunnen ook zelf de keuze maken voor betere beloning van (bepaalde) werknemers. Een eerste stap ligt in verhoging van het minimum loon, maar dat ligt vooral gevoelig bij het MKB. De volgende stap is afnemende loonverhoging naar toenemende loongrootte (dus niet gemiddeld iedereen er 4% op vooruit, maar afnemende percentages bij hogere inkomens), waarmee vermogensopbouw wordt afgevlakt en inkomensverdeling verder wordt versmald. Voor diverse beroepen in schaarste zal dit niet mogelijk zijn uit concurrentieoverwegingen op de arbeidsmarkt.  

Terug naar Openingspagina